Decennia lang was de heersende theorie van mening dat primaten – de orde van de zoogdieren, waaronder apen, mensapen en mensen – voor het eerst evolueerden in warme, tropische klimaten. Een nieuwe studie gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences suggereert echter dat dit misschien niet het geval is. Onderzoekers stellen nu voor dat vroege primaten daadwerkelijk gedijden in koudere omgevingen op hogere breedtegraden.
Conventionele wijsheid uitdagen
De verschuiving in het denken komt van gedetailleerde computermodellen die klimaatomstandigheden en de evolutie van primaten simuleren. Bij deze simulaties werd rekening gehouden met de dichtheid en de beweging van vroege soorten primaten, evenals met de geologische geschiedenis van continenten. De auteurs van het onderzoek beweren dat de vroegste primaten waarschijnlijk hun oorsprong vonden in wat nu Noord-Amerika of Europa is, en niet in Afrika of Azië. Deze regio’s kenden koelere temperaturen en seizoensveranderingen die mogelijk cruciale evolutionaire aanpassingen hebben veroorzaakt.
Waarom koude klimaten belangrijk zijn
Het idee dat primaten in koudere klimaten zijn geëvolueerd, gaat niet alleen over waar ze leefden. Het gaat over hoe ze zich hebben aangepast. Koelere temperaturen dwingen soorten vaak om een dikkere vacht, een hogere stofwisseling en het vermogen om energie efficiënt op te slaan te ontwikkelen. Deze eigenschappen hadden de basis kunnen leggen voor latere aanpassingen aan primaten, zoals complex sociaal gedrag en een grotere hersenomvang.
Het belangrijkste is dat het niet alleen om een nieuwe locatie gaat. De evolutionaire druk in een kouder klimaat is heel anders dan die in de tropen. De seizoensgebonden voedselschaarste in koude streken zou bijvoorbeeld de voorkeur hebben gegeven aan primaten die vooruit konden plannen, voedsel konden opslaan en in groepen konden samenwerken.
De voorouderlijke puzzel
De studie wijst op vroege fossielen van primaten, gevonden in Noord-Amerika en Europa, als ondersteunend bewijsmateriaal. Deze fossielen vertonen kenmerken die beter aansluiten bij koude-adaptatie dan bij tropische adaptatie. De gemeenschappelijke voorouder van moderne primaten kan een klein, harig wezen zijn geweest dat zich door bossen op hogere breedtegraden haastte. In de loop van de tijd migreerden sommige van deze populaties zuidwaarts naar warmere streken, terwijl andere in koudere omgevingen bleven.
De voorouder van alle primaten was waarschijnlijk niet een of andere junglebewoner, maar een meer algemeen zoogdier dat koudere omstandigheden aankon. Deze voorouder zou een in bomen levende insecteneter of alleseter kunnen zijn, vergelijkbaar met de hedendaagse lemuren.
De Maki-verbinding
Eén stukje van de puzzel ligt in de geschiedenis van lemuren. Deze primaten evolueerden in Afrika, maar migreerden later naar Madagaskar. Het klimaat op Madagaskar is tegenwoordig relatief mild, maar het eiland maakte ooit deel uit van een grotere landmassa met koudere temperaturen. Dit suggereert dat lemuren mogelijk eigenschappen van aanpassing aan de kou met zich meebrachten toen ze zich verspreidden.
Wat dit betekent voor ons begrip van de menselijke evolutie
De implicaties van dit onderzoek zijn verreikend. Als primaten echt in de kou zijn geëvolueerd, betekent dit dat onze eigen evolutionaire geschiedenis wellicht complexer is dan eerder werd gedacht. De selectieve druk die de hersenen en lichamen van vroege primaten vormde, was waarschijnlijk heel anders in koude klimaten dan in warme klimaten. Dit zou kunnen verklaren waarom mensen zulke unieke eigenschappen ontwikkelden als geavanceerde cognitie, gereedschapsgebruik en complexe sociale structuren.
De bevindingen van de studie dwingen ons om het hele verhaal van de evolutie van primaten te heroverwegen. Het idee dat onze voorouders waren aangepast aan koude omgevingen verandert de manier waarop we het fossielenbestand, genetische gegevens en de definitie zelf interpreteren van wat het betekent om een primaat te zijn.
De conclusie van het onderzoek is duidelijk: het verhaal van de evolutie van primaten moet herschreven worden, en de kou mag niet langer over het hoofd gezien worden als een cruciale factor bij het vormgeven van onze soort.
